Zijn de directies van de Brusselse autonome bestuursinstellingen en de regering tegen hun taak opgewassen?

Door Johan Van den Driessche op 12 november 2018, over deze onderwerpen: Beleid regering, Dossier rapporten Rekenhof

“Slechts 21 % van de autonome bestuursinstellingen kregen voor hun rekeningen 2017 een goedkeuring van het Rekenhof. Men kan zich de vraag stellen of die directies wel tegen hun taak opgewassen zijn en wat er nog moet gebeuren opdat de minister-president en de betrokken ministers zouden optreden”, aldus Johan Van den Driessche, fractievoorzitter van de N-VA in het Brussels parlement.

Het Rekenhof heeft haar 23e boek inzake de goedkeuring van de algemene rekeningen van de Brusselse overheidsdiensten en -instellingen voorgesteld. Het rapport oogt zeer negatief voor de Brusselse regering.

Vooreerst heeft het Rekenhof de ‘geconsolideerde’ rekeningen voor 2017 van het gewest en haar autonome bestuursinstellingen niet goedgekeurd en een voorbehoud geformuleerd. Vooral de situatie van de autonome bestuursinstellingen is ronduit verontrustend. Zo heeft het Rekenhof voor de rekeningen van de Brandweer (DBDMH) en van het Parkeeragentschap zich moeten onthouden van een oordeel. Bij de controle bleken immers talrijke onzekerheden en afwijkingen te zijn vastgesteld waardoor niet kon worden besloten dat de rekeningen een getrouw beeld geven. Voor in totaal 15 rekeningen kon het Rekenhof geen goedkeuring geven.  Dat betekent dat slechts 6 van de 21 ABI’s (29%) een goedkeurend oordeel hebben gekregen van het Rekenhof. Er stelt zich dus een echt structureel probleem inzake de rekeningen van de ABI’s.

Zeker voor wat betreft de zogenaamde autonome bestuursinstellingen van 2e categorie (die een zekere autonomie genieten) is de situatie schandalig. Van die instellingen kregen slechts 3 van de 14 ABI’s (21%) voor hun rekeningen een goedkeurend oordeel van het Rekenhof.

Volgens het Rekenhof bezorgde de regering trouwens geen enkele volledige rekening van de 21 ABI’s binnen de door de ordonnantie vastgelegde termijnen.

De rekeningen van de ABI vertoonden bovendien verschillende systematische tekortkomingen, zoals:

  • 15 ABI’s hebben geen rekeningen voorgelegd volgens het bij koninklijk besluit vastgelegde boekhoudplan
  • 10 ABI’s hebben hun rechten en verplichtingen niet voorgelegd volgens het bij koninklijk besluit vastgelegde boekhoudplan.

Verdeeld over de verschillende regeringsleden geeft dit volgende situatie:

  • Céline Fremault (CDH): 3 niet-goedgekeurde rekeningen
  • Didier Gosuin (Défi): 3 niet-goedgekeurde rekeningen
  • Bianca Debaets (CD&V): 2 niet-goedgekeurde rekeningen
  • Fadila Lanaan (PS): 2 niet-goedgekeurde rekeningen
  • Pascal Smet (Sp.a): 2 niet-goedgekeurde rekeningen
  • Rudi Vervoort (PS): 2 niet-goedgekeurde rekeningen
  • Cécile Jodogne (Défi): 1 niet-goedgekeurde rekeningen

Ook voor 2016 kwam het Rekenhof tot gelijkaardige vaststellingen en formuleerde het gelijkaardige kritiek.

“Het is duidelijk dat de regering en de betrokken ministers en staatssecretarissen nog steeds geen lessen getrokken hebben uit het verleden en men kan zich afvragen wat er nog dient te gebeuren opdat de minister-president en zijn regering tot actie zouden overgaan”, besluit Johan Van den Driessche, “Bovendien moet dringend onderzocht worden of de problemen die zich stellen bij de ABI’s van 2e categorie niet veroorzaakt worden door de autonomie die ze genieten en of hun directies opgewassen zijn tegen hun taak, en of ze hun functie misschien danken aan niet-professionele omstandigheden.”

In dit verband diende Johan Van den Driessche vandaag 5 interpellaties in bij de minister-president en de bevoegde ministers/staatssecretarissen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is