Stadsbestuur en toezichthouder maken van Brusselse regels inzake belangenvermenging een farce

Door Johan Van den Driessche op 18 juli 2018, over deze onderwerpen: Brussel-Stad (gemeenteraadslid), Efficiënte Overheid/Goed Bestuur

Voorgeschiedenis

Naar aanleiding van het opstappen van Yvan Mayeur als burgemeester van de Stad Brussel en de aanstelling van voormalig schepen Philippe Close als burgemeester eind juli 2017, moesten bepaalde schepenbevoegdheden – o.a. Toerisme - van Philippe Close verdeeld worden over de andere schepenen. Op die manier werd Karine Lalieux - reeds schepen voor Netheid en Cultuur - bevoegd voor Toerisme.

 

Het probleem inzake (mogelijke) belangenvermenging

Door het verkrijgen van de bevoegdheid Toerisme werd Karine Lalieux zo de bevoegde en toezichthoudende schepen van de vzw Rock The City (bijlage 1). Die vzw werd in 2012 opgericht door o.m. toenmalig schepen Philippe Close en toenmalig OCMW-voorzitter Yvan Mayeur met als doel “het organiseren van vormingen ter bevordering van de professionele integratie en duurzame tewerkstelling van werklozen, en in het bijzonder van jonge, laaggeschoolde langdurig werklozen en personen die gesteund worden door de OCMW’s van Brussel”. Voor die opdracht ontving de vzw 700.000 EUR aan subsidies afkomstig van de stad Brussel in 2015 terwijl de eigen inkomsten toen ongeveer 1 miljoen EUR bedroegen.

De grootste klanten (bijlage 2) van vzw Rock The City zijn vzw Brussels Major Events (waarvan Karine Lalieux voorzitter is van de raad van bestuur), Paleis 12 (behoort tot vzw Brussels Expo), Fire-Starter (behoort tot vzw Brussels Expo) en Brussels Summer Festival (georganiseerd door de vzw Festival des Musiques de Bruxelles, voorgezeten door Philippe Close en gesubsidieerd voor 300.000 euro door Karine Lalieux in 2018).

De gedelegeerd bestuurder van de vzw is Patrick Lalieux, broer van schepen Karine Lalieux (benoemd op 24 juli 2012). Op die manier ontstaat een deontologisch probleem waarvoor Johan Van den Driessche in de zitting van de gemeenteraad van 5 februari 2018 (en eerdere zittingen) daarvoor heeft gewaarschuwd (bijlage 3), maar zonder gevolg.

Daarom besloot Johan Van den Driessche de zaak aan te kaarten in de commissie voor de Binnenlandse Zaken van het Brussels Parlement. Op 20 februari 2018 interpelleerde Johan Van den Driessche de minister-president omtrent de mogelijke belangenvermenging in de stad Brussel. De minister-president verklaarde dat er ‘wettelijk dus geen probleem is met de toewijzing van een bevoegdheid als schepen aan deze persoon’ en ‘er geen klacht is ingediend’ (bijlage 4).

 

De Brusselse regelgeving omtrent (mogelijke) belangenvermenging bij de lokale besturen

Art. 92, 1° van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt het volgende:

“Het is elk gemeenteraadslid en de burgemeester verboden tegenwoordig te zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, voor of na zijn verkiezing, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.”

 

Klacht van de N-VA betreffende de (mogelijke) belangenvermenging

Tijdens de gemeenteraad van 5 februari 2018 werd over de samenwerkingsovereenkomst voor de periode 2017 en 2018 tussen de stad Brussel, het OCMW van Brussel en de vzw Rock The City beraadslaagd en gestemd. De samenwerkingsovereenkomst regelt in hoofdzaak de subsidies van de stad Brussel ten gunste van de vzw Rock The City. Karine Lalieux was tijdens de beraadslaging en stemming aanwezig (bijlage 5).

De rol van schepen Lalieux is in het desbetreffende samenwerkingsovereenkomst groot en is na de bekrachtiging van de samenwerkingsovereenkomst door de gemeenteraad nog steeds niet uitgespeeld. Zo moet de schepen er immers op toezien dat de vzw de toelage aanwendt voor het doel waarvoor zij hem werd toegekend, dat de vzw de verantwoordingen verstrekt en dat de vzw zich niet verzet tegen de uitoefening van de controle door de stad Brussel. In het tegenovergestelde geval zal de vzw de toelage moeten terug betalen, aldus de samenwerkingsovereenkomst.

Gezien de samenwerkingsovereenkomst de subsidies afkomstig van de stad Brussel regelt, wordt de gedelegeerd bestuurder van vzw Rock The City dankzij die middelen van de Stad Brussel ook verzekerd van zijn salaris. Bovendien heeft de gedelegeerd bestuurder ook een zeer groot moreel belang gezien zijn topfunctie in deze VZW. 

De N-VA besloot daarom een klacht (bijlage 6) neer te leggen bij de gewestelijke dienst Brussel Plaatselijke Besturen - een administratie die onder de bevoegdheid van minister-president Rudi Vervoort valt en het toezicht op de gemeenten regelt – naar aanleiding van de aanwezigheid van schepen Karine Lalieux tijdens de beraadslaging en stemming van het desbetreffende samenwerkingsakkoord in de zitting van de gemeenteraad en het gevaar op (mogelijke) belangenvermenging. Haar aanwezigheid is dus in strijd met art. 92, 1° van de Nieuwe Gemeentewet.

 

Het antwoord van de dienst Brussel Plaatselijke Besturen (bijlage 7)

De dienst heeft in casu nagegaan of het voorwerp van de beraadslaging van de gemeenteraad over de vzw Rock The City al dan niet een rechtstreeks en persoonlijk belang kan verschaffen aan schepen Karine Lalieux of haar verwante Patrick Lalieux.

Volgens de dienst Brussel Plaatselijke Besturen moet er sprake zijn van “een belang dat rechtstreeks en onmiddellijk voortvloeit uit de beraadslaging en dat uitsluitend het vermogen beïnvloedt van de mandataris of zijn verwante door een geldelijk of in geld waardeerbaar voordeel te verschaffen”.

De samenwerkingsovereenkomst is volgens de dienst “slechts het logische vervolg van de oprichtingsbeslissing van deze vzw waaraan de gemeente taken heeft toevertrouwd” en dat “deze geen direct gevolg meer heeft op de pecuniaire situatie van dhr. Patrick Lalieux”.

De dienst oordeelt ten slotte dat in het geval van de vzw Rock The City kan worden “aangenomen dat de beraadslaging geen rechtstreeks gevolg heeft op de bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder, bijgevolg is er, aldus de dienst, geen schending van de artikelen 92 en 106 van de Nieuwe Gemeentewet”.

 

Reactie van de N-VA op de brief

De argumentatie in het schrijven van de dienst dat er geen schending is van artikel 92 van de Nieuwe Gemeentewet omdat “de beraadslaging geen rechtstreeks gevolg heeft op de bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder”, houdt juridisch geen steek aangezien onder het begrip ‘persoonlijk en rechtstreeks belang’- volgens het arrest nr. 193.740 van de Raad van State (bijlage 8) moet worden verstaan als ‘alle belangen waarvan het gemeenteraadslid niet met redelijke zekerheid kan worden geacht voldoende afstand te kunnen nemen om de belangen van zijn gemeentebestuur voorrang te verlenen boven zijn persoonlijke belangen’.

Meer nog, het ‘Vade-mecum van de plaatselijke verkozenen’ (p. 8, zie bijlage), een realisatie van het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Brulocalis, licht eveneens art. 92, 1° van de Nieuwe Gemeentewet toe:

  • “De wet verbiedt niet enkel dat de betrokkene niet deelneemt aan de beraadslaging of de stemming, tevens wordt zijn aanwezigheid niet geduld. De verbodsbepaling is absoluut. De loutere aanwezigheid vereist om de beslissing vatbaar te maken voor vernietiging.”
  • “Onder het begrip ‘persoonlijk en rechtstreeks’ belang moet worden verstaan alle belangen waarvan het gemeenteraadslid niet met redelijke zekerheid kan worden geacht voldoende afstand te kunnen nemen om de belangen van zijn gemeentebestuur voorrang te verlenen boven zijn persoonlijke belangen.”
  • “Het ‘persoonlijk en rechtstreeks’ dat een gemeenteraadslid alsook de burgemeester verbiedt aanwezig te zijn bij de behandeling van sommige aangelegenheden in de gemeenteraad, kan hetzij een materieel belang zijn, hetzij een moreel belang.”

Op die wijze bevestigt het zelfs het arrest van de Raad van State.

Het is vreemd dat de dienst enkel focust op een materieel of geldelijk belang. De rol van Karine Lalieux ten aanzien van die vzw is duidelijk nog niet uitgespeeld (zie supra). Zij dient immers na te gaan of de subsidies t.v.v. de vzw een correcte aanwending hebben gekregen, dat de verantwoordingsstukken door de vzw worden geleverd. Ten slotte dient zij de controle uit te oefenen op de vzw.

In dat Vade-mecum wordt verder uitdrukkelijk bevestigd dat de wet niet enkel verbiedt dat de betrokkene – in deze zaak Karine Lalieux - niet deelneemt aan de beraadslaging of de stemming, tevens wordt zijn aanwezigheid niet geduld. Deze verbodsbepaling is volgens het Vade-mecum absoluut. De loutere aanwezigheid vereist om de beslissing vatbaar te maken voor vernietiging.

Ook feitelijk is de argumentatie van de dienst onjuist: de inkomsten van de vzw Rock The City vertegenwoordigen een zeer belangrijk deel subsidies van de stad Brussel (voor 2015 was dit ongeveer 43%). De gedelegeerd bestuurder wordt dankzij de middelen van de Stad Brussel voor een belangrijk deel verzekerd van zijn salaris. Bovendien haalt de vzw buiten de genoemde subsidies van de stad, het grootste gedeelte van haar inkomsten uit andere vzw’s waarvoor schepen Lalieux eveneens voorzitter is (of die “behoren tot de stad”). De gedelegeerd bestuurder heeft tenslotte ook een zeer groot moreel belang gezien zijn topfunctie in deze VZW.

 

Conclusie

Het stadsbestuur onder leiding van Philippe Close heeft geen lessen geleerd uit het verleden. Meteen na zijn aanstelling als burgemeester ontstond onmiddellijk een mogelijk belangenconflict doordat zijn voormalige bevoegdheid Toerisme aan zijn collega-partijgenoot Karine Lalieux werd doorgegeven. Daardoor is zij de bevoegde en toezichthoudende schepen geworden van de stadsvzw Rock The City, waar haar broer de gedelegeerd bestuurder van is. Johan Van den Driessche kaartte die ongezonde situatie aan. In de gemeenteraad van 5 februari werd hij door kersvers burgemeester Philippe Close en schepen Karine Lalieux verweten voor leugenaar en dat hij zich “op de rand van het extreemrechtse bevond”, aldus de burgemeester (bijlage 3).

Ook de Brusselse Regering, specifiek minister-president Rudi Vervoort, faalt schromelijk in zijn opdracht als toezichthouder van de lokale besturen. De minister-president houdt zijn hand boven het hoofd van partijgenote Karine Lalieux. Voor de minister-president was haar aanwezigheid tijdens de beraadslaging en stemming van de samenwerkingsovereenkomst tussen de stad Brussel, het OCMW van Brussel en de vzw Rock The City tijdens de zitting van de gemeenteraad van 5 februari 2018 niet in strijd met art. 92, 1° van de Nieuwe Gemeentewet terwijl de interpretatie van dat artikel door de Raad van State en het Ministerie van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, opgenomen in het Vade-mecum enkel kan doen besluiten dat de aanwezigheid van schepen Lalieux niet geduld kan worden tijdens de beraadslaging of de stemming. Die verbodsbepaling is voor het Ministerie zelfs absoluut en de loutere aanwezigheid van schepen Lalieux vereist om de beslissing vatbaar te maken voor vernietiging. Maar de minister-president heeft die interpretatie duidelijk niet gevolgd. Absurd.

“Het Brussels stadsbestuur en de Brusselse toezichthouder maken van de regels inzake belangenvermenging een ‘farce’”, aldus Johan Van den Driessche.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is