Radicaliseringsproblematiek

Door Johan Van den Driessche op 4 november 2014, over deze onderwerpen: Toezicht op gemeenten, Veiligheid & Brandweer, Veiligheid

Interpellatie van Johan Van den Driessche, parlementslid t.a.v. de heer Rudi Vervoort, Minister-President van de Brusselse regering, betreffende de aanpak van de radicaliseringsproblematiek

Op 15 maart 2011 brak in Syrië een burgeroorlog uit. Reeds meer dan 200.000 Syriërs zijn in het conflict om het leven gekomen, nog 3 miljoen zijn er op de vlucht. De chaos en het geweld zijn een nieuw dieptepunt in een regio waar al duizenden jaren oorlog heerst: het gebruik van chemische wapens tegen eigen burgers en de nietsontziende, meedogenloze invasie en etnische-religieuze zuivering van Irak door de terreurgroep Islamitische Staat zijn hier slechts twee afschuwelijke voorbeelden van. 

Sinds de aanvang van het conflict zijn ongeveer 300 Belgische onderdanen  vertrokken naar Syrië om mee te strijden. Ongeveer de helft (141) van deze zogenaamde “Syriëstrijders” komt uit het Brussels Hoofdstedelijk gewest. Naar schatting 80 Syriëstrijders zijn al teruggekeerd maar we weten niet steeds waar ze zijn en wat ze doen.

Reeds eerder zijn maatregelen genomen door de steden Antwerpen, Vilvoorde, Mechelen en Maaseik. Ook de procureur-generaal van Brussel wil juridisch optreden en wil nagaan welke Belgische onderdanen die naar Syrië zijn vertrokken hier nog werkloosheids-, OCMW-, ziekte-uitkeringen of kindergeld ontvangen.

Opvallend is echter dat de Brusselse gemeenten achterop hinken in maatregelen tegen de Syriëstrijders. Nochtans zijn de meeste Syriëstrijders afkomstig uit het Brussels Hoofdstedelijk gewest. Zo kan ik eerder vernemen van de betrokken burgemeester dat amper 2 Syriëstrijders geschrapt werden uit het bevolkingsregister van de Stad Brussel en dat de stad een procedure is gestart om er nog 14 extra te schrappen.

Alle Brusselse gemeenten moeten de nodige aandacht besteden aan deze problematiek en zelf maatregelen nemen  :

- De gemeentebesturen moeten zo spoedig mogelijk de gekende Syriëstrijders ambtelijk uit hun bevolkingsregisters schrappen,
- De gemeenten moeten via een efficiënte en kordate toepassing van GAS-pv’s een beeld krijgen van de rondhangjongeren die behoren tot de doelgroep van extremistische groeperingen,
- De lokale politie van de 6 politiezones in Brussel moeten  controleren of jongeren die zich in hun gemeenten komen vestigen er ook effectief verblijven.
- Er dient gestructureerd overleg te komen tussen de verschillende gemeenten, de veiligheidsdiensten, de politie voor een gecoördineerde aanpak in het Brussels Gewest.
- Het personeel van de verschillende betrokken diensten moet worden gesensibiliseerd en opgeleid
- Er moet een Vraag en Antwoord document uitgewerkt zijn om te antwoorden op vragen van families of medewerkers.
- Er moeten interventieprocedures zijn in geval van verdacht vertrek, in geval van definitief vertrek en in geval van een terugkomst
- Er moeten preventie- en ontradingscampagnes komen in overleg met de Moslimgemeenschap in Brussel om het vertrek van nieuwe Syriëstrijders te voorkomen, ook in scholen,  moskeeën en OCMW’s.
- Verder moet het prediken van haat aangepakt worden.  Het is strafbaar en moet opgevolgd en streng bestraft worden.  De opvolging van salafistische haatpredikers moet consequent gestraft worden wanneer wordt aangezet tot haat of geweld. 
- Tussen de gemeenten moet meer en systematisch  informatie worden uitgewisseld
   Enz. enz.

Voor het Brussels Hoofdstedelijk gewest is hier dus een belangrijke taak weggelegd. Zij moet niet enkel een coördinerende rol spelen tussen gemeenten maar ook de motor zijn van de actie door die gemeenten die op dat vlak achterblijven, aan te zetten tot een kordatere aanpak.

En wat doet deze regering ? Terwijl de bevolking door de sociale media de laatste gruweldaden nog net niet live kan volgen, heeft deze regering blijkbaar zes maanden nodig om een gewestelijk veiligheidsplan op te stellen en haar taak als centraal coördinatiepunt voor de aanpak op te nemen.

Ik hoop dat ondertussen  de gewestelijke veiligheidsraad reeds is bijeengekomen om op opstelling van zulke plan te begeleiden.

Het Brussels Hoofdstedelijk gewest  moet bovendien op vlak van radicalisering  een gepast beleid op het vlak van jeugdstrafrecht en inburgering voeren  maar over het eerste is niets terug te vinden in het regeerakkoord en inzake het verplicht inburgeringsbeleid aarzelt deze regering.

Onlangs bereikte ons het ontstellende nieuws dat een strijder jarenlang toegang had tot de meest beveiligde gedeeltes van de kerncentrales van Doel. De nood is dus hoog. Ik hoor echter nergens dat opdracht wordt gegeven om op die plaatsen waar de openbare veiligheid primordiaal is, zoals bij Sibelga, MIVB, De Haven van Brussel, Vivaqua, Hydrobru  een screening wordt gevraagd  van de medewerkers. 

 Minister president, het is uw taak om de veiligheid en het veiligheidsgevoel in Brussel te waarborgen.  Terwijl de bevolking door de sociale media de laatste gruweldaden nog net niet live kan volgen, heeft deze regering blijkbaar zes maanden nodig om een gewestelijk veiligheidsplan op te stellen inzake de radicaliseringproblematiek en haar taak als centraal coördinatiepunt voor de aanpak binnen dit gewest  op te nemen. Zes maanden. Het huis brand en de regering neem rustig de tijd. Dit getuigt van een grove onderschatting van dit probleem.

Johan Van den Driessche

Parlementslid - Fractievoorzitter

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is