Johan Van den Driessche, afscheid van een kuitenbijter (interview Bruzz)

Door Johan Van den Driessche op 15 november 2018, over deze onderwerpen: Band Brussel-Vlaanderen, Beleid regering, Brussel-Stad (gemeenteraadslid), Dossier Eurostadion/Parking C/Memorial, Onze toekomst

Interview overgenomen uit Bruzz op 14/11/2018

(foto: © Bart Dewaele)

Het nieuws kwam vorige week als een donderslag bij heldere hemel: Johan Van den Driessche verlaat de politiek. De fractieleider van N-VA in het Brussels parlement stond bekend als een dossiervreter en beminnelijk man. Een politicus die je zelden over boerkini’s of mijters zal zien tweeten, maar die toch vlijmscherp uit de hoek kan komen. “Close is een groter gevaar voor de democratie dan Mayeur.”

Als Van den Driessche de Cercle des Voyageurs binnenstapt, glundert hij. De locatie die we voorstelden, blijkt toevallig ook zijn stamcafé, waar de serveuse hem even later een koffie “offert par la maison” voorschuift. De N-VA’er woont dan ook om de hoek in de Stoofstraat, op een steenworpje van Manneken Pis. “Ik ben een stadsmens en hou ervan om midden in het leven te wonen. Tegelijk is het hier een eiland waar het verkeer bijvoorbeeld amper stoort.”

Het contact met het personeel is hartelijk. “Ik leer hen ook Nederlands, gewoon door met hen te spreken. En als er eens een echte beginner is, dan zeg ik alles gewoon in twee talen, zodat die bijleert.”

Maandag kondigde u uw vertrek aan uit de politiek, maar uw eigen partij hoorde dat nieuws pas die dag zelf. Dat wijst op een kink in de kabel.
Johan Van den Driessche: 
Neen, neen! Ik wou de communicatie gewoon zelf in handen houden. Als je het vooraf bespreekt, dan lekt zo’n nieuws uit. Er was maar een iemand op de hoogte: mijn echtgenote. De waarheid is gewoon dat ik ook een jonge vader ben die te weinig thuis is. Ik heb een zoon van acht. Mocht ik veertig jaar zijn, zou ik dat misschien op de klassieke manier oplossen: een beetje meer thuis proberen te zijn, maar er toch nog een legislatuur bijdoen. Maar ik ben nu 65 en dan is je timing anders.

U keert terug naar het bedrijfsleven. Is dat niet uw natuurlijke biotoop? Het politieke venijn dat een Theo Francken of uw voorzitter heeft, had u toch niet echt?
Van den Driessche: 
Dat venijn zit niet in mij, dat klopt. Maar ik vind ook niet dat zo’n venijn een voorwaarde is om aan politiek te doen. In een politieke partij heb je verschillende profielen nodig.
En wat het bedrijfsleven betreft: ik vind het afscheid best moeilijk hoor, omdat de maatschappelijke impact wel veel groter is als politicus. Ik ga dat missen. Ik ben altijd maatschappelijk geëngageerd geweest, vooral binnen de Vlaamse beweging, maar in de politiek heb je meer invloed.

De gewestverkiezingen komen eraan. Er is nog geen lijsttrekker bepaald, maar wie mag het van u worden?
Van den Driessche:
 Ik kan daar niet op antwoorden.

Wordt er nog gezocht naar een persoon van buiten de partij?
Van den Driessche:
 (Aarzelt even) Niet dat ik weet.

De N-VA beleeft in Brussel toch een vreemde paradox: de partij haalt schitterende cijfers in de peilingen, waar jullie zelfs CDH voorbijstaken, maar de resultaten bij de gemeenteraadsverkiezingen stelden teleur. Nationaal ondervoorzitster Cieltje Van Achter raakte zelfs niet verkozen. Hoe verklaart u dat? Ontbreekt het niet aan een stemmenkanon à la Jos Chabert of Guy Vanhengel?
Van den Driessche: 
Het klopt dat we op dat vlak een handicap hebben. Tegelijk vind ik de vergelijking niet terecht, want de twee politici die u noemt zijn ook vele jaren minister geweest, waardoor ze ook uit de schaduw konden treden. Zoiets heeft tijd nodig.
Maar zijn de gemeenteraadsverkiezingen onder de verwachtingen gebleven? Ja. Maar ik denk niet dat resultaat aan een gebrek aan kopstukken ligt. Deze gemeenteraadsverkiezingen draaiden ook veel minder rond onze belangrijkste thema’s.

Concreet?
Van den Driessche: 
Veiligheid, migratie, identiteit, economie, minder laxisme. Dikwijls kiezen mensen ook voor mensen die ze zelf kennen of die vertrouwen inboezemen. Neem nu Philippe Close. Waarom heeft die een goed resultaat? Omdat het Close is, hé? Hij geeft mensen het gevoel dat het zal veranderen met hem. Combineer dat met de machine van de PS …

Waarin bestaat die PS-machine?
Van den Driessche:
 Onder meer daarin dat de honderden militanten tot de laatste dag mobiliseerden. Ze stonden bijvoorbeeld nog aan veel stemlokalen, niet met brochures, maar om kennissen en familie nog een laatste keer stemadvies te geven. En dan heb je dit (opent een bericht van een kiezer die vertelt hoe een bijzitter haar aanraadde om PS te stemmen en het meteen ook voor haar deed op het scherm van de stemcomputer). Ik hoorde van een syndicus in een flatgebouw met sociale woningen die mensen porde om PS te stemmen ‘of ze riskeerden hun woning te verliezen’. Allemaal onderdelen van de machine.

Ik zag u op de gemeenteraad bezig. Het contact met Close leek mij alvast een stuk beter dan dat met Karine Lalieux. Is Close niet het beste wat de PS kon overkomen?
Van den Driessche:
 Vanuit het standpunt van de PS wel. Hij is erg communicatief. Tegelijk is Close volgens mij een groter gevaar voor de democratie en goed bestuur dan zijn voorganger Yvan Mayeur. Die was zo arrogant dat iedereen meteen op zijn hoede is. Close geeft je met zijn sociale aard altijd het gevoel dat het wel in orde komt. Terwijl hij al twintig jaar meedraait in dit systeem, er geen uitgebreid toezicht mogelijk is op de rekeningen, er de zaak van het Koninklijk Circus is.

De winnaars waren de groene partijen en PVDA-PTB. Hoe verklaart u dat?
Van den Driessche:
 Ik zie verschillende redenen. De sociologische samenstelling van Brussel verandert. Als het beleid ervoor zorgt dat de middenklasse Brussel verlaat ….

Maar de PS, die daar zou moeten van profiteren, scoort helemaal niet goed. Brussel en Molenbeek zijn uitzonderingen.
Van den Driessche:
 Een andere reden is dat het thema leefmilieu het afgelopen halve jaar nadrukkelijk op de agenda is gezet, met de scholenacties voor schone lucht en Curieuzeneuzen in Vlaanderen. Dat thema wordt met Groen en Ecolo geasso­cieerd. Was er een aanslag voor de verkiezingen geweest, dan stond veiligheid bovenaan.

U bedoelt dat organisaties en media daarmee de verkiezingsthema’s wilden beïnvloeden?
Van den Driessche: 
Dat gevoel overheerst toch bij mij.

Welke media?
Van den Driessche:
 Ik denk dat iedereen daar flink aan meegedaan heeft (glimlacht fijntjes). Ik zeg trouwens niet dat het geen belangrijk thema is, ook voor N-VA. We komen uit de Volksunie, die als eerste op leefmilieu inzette. Alleen hebben we het thema niet echt geclaimd. We moeten daar in onze communicatie meer aandacht aan spenderen.

Uw collega Cieltje Van Achter had het ook over de rol van de etnische stem bij de verkiezingen. Was dat belangrijk?
Van den Driessche:
 Ja, maar misschien moeten we dat wat verduidelijken: natuurlijk stem je makkelijker voor mensen met wie je een band hebt. Maar wat je hier zag, is dat bepaalde kiezers dikwijls systematisch alle vertegenwoordigers van een bepaalde etnie aanvinkten. Daardoor zie je vaak gekozenen op de PS-lijst die erg diep op de lijst staan en over hoger geplaatste kandidaten springen. Op de socialistische lijst in Brussel-Stad zijn er daardoor amper mensen van Belgische origine verkozen. Je krijgt zo een minder representatieve vertegenwoordiging in de gemeenteraad. Het rommelt daarover zelfs binnen de PS, hoor ik.

Stel dat jullie ‘incontournable’ worden na de gewestverkiezingen. Zijn jullie dan bereid om met Défi of de PS in een regering te stappen?
Van den Driessche:
 De coalitievorming in Brussel is een tweetrapsraket, waarbij de Frans- en Nederlandstaligen in eerste instantie elk een coalitie vormen. Alle kaarten liggen daardoor in principe open. Maar stel dat de PTB er aan Franstalige kant bijkomt, of ook de PS, dan wordt het echt moeilijk voor ons om mee te doen. De PTB is te doctrinair communistisch en het DNA van de PS zit ook niet goed. Défi zou een uitdaging zijn.

U maakt een duidelijke hiërarchie, waarbij Défi duidelijk niet het grootste probleem is voor de Vlaams-nationalist die u bent. Opmerkelijk. Speelt de nadruk die Défi op goed bestuur legt mee?
Van den Driessche:
 Ja. En ik geloof ook dat je met Défi wel afspraken kan maken, in de veronderstelling dat we het eerst eens raken over een regeerakkoord natuurlijk. En over die samenwerking met de PS: het hangt er ook vanaf hoe dominant de partij uit de verkiezingen komt. Als de PS een serieuze oplawaai krijgt, is het misschien wel te doen. Maar met de dominante PS van vandaag niet. Als we in de gewestregering stappen, willen we verandering.

Noemt u eens twee dingen die moeten gebeuren met N-VA in de gewestregering?
Van den Driessche:
 Een serieuze afslanking van de ruim vijftig politieke instellingen in Brussel is er een van: je hebt nu politiezones, politieraden, gemeenteraden, OCMW’s, de bevoegdheidsverdeling tussen Gewest en gemeenten. Het Gewest moet sterker worden, het stadsgewest bedoel ik. Kijk naar wat Pascal Smet en Bianca Debaets maar hebben kunnen realiseren binnen hun bevoegdheden.

Geeft u eens een voorbeeld.
Van den Driessche: 
Het parkeer­beleid waar gemeenten maar kunnen blijven dwarsliggen. Of kijk naar het onbestaande prostitutiebeleid. Er moet ook een OCMW-beleid komen dat meer inzet op mensen die het echt nodig hebben. Want die krijgen te weinig vandaag.

Dat klinkt niet als een typisch N-VA-standpunt. Je verwacht eerder een tirade tegen het sociaal profitariaat.
Van den Driessche:
 Maar dat is het net. Er is te veel profitariaat. We hebben de hoogste belastingdruk, maar onze vervangingsinkomens zijn toch minimaal. De reden daarvoor is dat te veel mensen niet worden aangezet om een job te zoeken of onnodig een vervangingsinkomen krijgen, bijvoorbeeld na een arbeidsongeval. Er wordt te veel gepamperd.

N-VA laat zich – onder meer op Twitter – vaak opmerken door identitaire relletjes. Het lijkt er meer over Zwarte Pieten, boerkini’s en kerstmarkten te gaan dan over echte problemen. Vlaams parlementslid Karl Vanlouwe insinueerde onlangs dat vrouwenafbeeldingen op kermisattracties gecensureerd werden. Het viel ons op dat u daar amper aan meedoet. Bewust?
Van den Driessche:
 Ik hou het zakelijker, dat klopt. Die relletjes hebben vaak wel te maken met echte programmapunten. Je kunt het ook omdraaien: waarom stoort iemand zich aan een kruis op een mijter? Die reacties geven uiting aan iets dat wij vaak horen bij oudere Vlamingen: dat zij grip verliezen op hun omgeving, dat ze zich moeten aanpassen aan de nieuwelingen, terwijl wij dat omgekeerd zien.
Daarnaast speelt nog iets anders: Vlaamse en federale parlements­leden zijn met meer en hebben het - zeker als ze in de meerderheid zitten – moeilijker om zich te profileren. Dan ga je al eens tweeten.

Maar waarom zo focussen op fenomenen die amper voorkomen? Ik zag nog nooit een boerkini. En ook een gezichtssluier is erg zeldzaam. Als je daar dan toch de hele tijd op focust, pook je toch net de angst in de bevolking op?
Van den Driessche: 
(Twijfelt even over zijn formulering) Dat is omdat de principiële discussie: ‘Moeten nieuwkomers zich aanpassen of niet in onze maatschappij’ niet uitgeklaard raakt.

U ademde in dit gesprek één en al partijstandpunt uit. Zijn er ook dingen die u graag anders zou zien bij N-VA?
Van den Driessche: 
Misschien zal u dat ook als partijstandpunt beschouwen, maar ik vind dat we veel socialer zijn dan de buitenwereld, de media en soms zelfs ons eigen kiespubliek menen. Tot vandaag zijn we erin tekortgeschoten om die boodschap over te brengen.

Vorige week had u het al over de verwezenlijkingen waar u het meest trots op bent: het Brussel-standpunt van de partij, uw acties rond goed bestuur en het verzet tegen het Eurostadion. Zijn er ook zaken waar u spijt van hebt?
Van den Driessche: 
Dat ik lang te veel uit een eiland gewerkt heb, zonder het contact te zoeken met andere fracties. Daardoor hebben onze voorstellen misschien wel minder impact gehad dan mogelijk was geweest. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het Eurostadion of goed bestuur. Onze standpunten overlapten op dat vlak soms wel met bijvoorbeeld Groen.

Tot slot: Vlaanderen is Brussel niet. Hoe moet de Brusselse N-VA verder evolueren?
Van den Driessche: 
We moeten vooral zien dat we de sterke band met de nationale partij en de Vlaamse gemeenschap houden. We willen geen partij worden als Open VLD, waar de Brusselse en de Vlaamse afdeling twee verschillende werelden zijn.

 

Johan Van den Driessche

  • 65 jaar
  • Geboren in Sint-Agatha-Berchem, woont in hartje Brussel
  • Carrière bij KPMG, waar hij managing partner wordt
  • Tijdlang docent fiscaliteit en bedrijfsbeheer aan VLEKHO en UAntwerpen
  • Bestuurder bij onder meer Vyncke, De VAB en de Gimv
  • Voorzitter van Voka Brussel 2002-2004
  • Medestichter van Vlaamsgezinde denktank In de Warande
  • Gemeenteraadslid in Brussel sinds 2012
  • Brussels parlementslid en fractieleider voor N-VA sinds 2014
  • Verkozen bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, zijn zitje gaat naar Mathias Vanden Borre

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is