Het is ongehoord dat Brussel geen deontologische regels heeft voor mandatarissen en regering.

Door Johan Van den Driessche op 16 september 2016, over deze onderwerpen: Ambtenarenzaken, Efficiënte Overheid/Goed Bestuur, Efficiënte Overheid/Deugdelijk Bestuur

Eind juni 2016 werd het officiële stadsmagazine “Brusseleir” en de PS-brochure “Le Coin Rouge” gezamenlijk verdeeld in een flink deel van de brievenbussen van stad Brussel. “Nochtans valt dit vanuit deontologisch oogpunt niet te verdedigen”, waarschuwt Brussels N-VA parlementslid en gemeenteraadslid Johan Van den Driessche. “De communicatie door het stadsbestuur en door een politieke partij zijn twee verschillende zaken en een gezamenlijke verdeling kan de indruk wekken dat dit geen twee verschillende zaken zijn, wat niet goed is voor de werking en het imago van onze politieke instellingen.”

 

Ondervraagd hierover op de gemeenteraad verklaarde burgemeester Yvan Mayeur van stad Brussel dat ‘de distributie gebeurd is door derden en dat de gezamenlijke verdeling puur toeval is.’ De burgemeester is dan ook niet bereid om de distributeur hierover aan te spreken want hij ziet geen deontologisch probleem. Hierop trok Van den Driessche naar de toezichthoudende overheid: het gewest. Minister-President Vervoort achtte zich echter ‘niet bevoegd’ om hierover te oordelen.

 

“Dit kan zo niet langer. Zulke gang van zaken is nefast voor het imago van Brussel. De Vlaamse overheid heeft bijvoorbeeld met het decreet van 17 juni 2016 een actueel normenkader opgesteld die de overheidscommunicatie regelt en een centraal contactpunt opgericht voor burgers met een klacht omtrent die materie”, stelt Van den Driessche vast.  “Er moet dringend op gewestelijk niveau een wetgevend initiatief komen dat de Brusselse gemeenten oplegt een deontologische code op te stellen voor gemeenteraadsleden en de leden van het college. Trouwens ook het Brussels parlement en de Brusselse regering  heeft op dat vlak werk op de plank want ook voor parlements- en regeringsleden bestaat er tot mijn grote verwondering geen deontologische code. Ik zal op dat vlak de nodige stappen zetten”, aldus Johan Van den Driessche. 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is