Heeft de minister-president een (doctrinair) probleem met buurtinformatienetwerken?

Door Johan Van den Driessche op 21 februari 2018, over deze onderwerpen: Dossier buurtinformatienetwerken, Veiligheid & Brandweer

"Het hele Brusselse gewest telt slechts 8 buurtinformatienetwerken (BIN), de stad Antwerpen liefst 52 waarvan 9 in de binnenstad. Nochtans spelen BIN’s een belangrijke rol inzake het lokaal veiligheidsbeleid. Waarom neemt de minister-president van Brussel geen initiatief?", vraagt een ontstelde Johan Van den Driessche, N-VA-fractievoorzitter in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, zich af.

Sinds 2010 bestaat de mogelijkheid om buurtinformatienetwerken (BIN) op te richten. Deze werden in het leven geroepen door de federale overheid. Een buurtinformatienetwerk is een structurele samenwerking tussen buurtbewoners en politie. Zij houden elkaar op de hoogte van wat er gebeurt in de buurt. Zij zijn op die wijze een waardevolle bron van informatie voor de veiligheidsdiensten. Bovendien werken ze ontradend en gemeenschapsvormend. BIN’s mogen wel niet patrouilleren of andere politietaken uitvoeren.

Volgens recente cijfers telt ons land al meer dan 1.000 BIN's. Vlaanderen telt er 883, vooral in buurten in Antwerpen (483) en Oost-Vlaanderen (243). In Wallonië breekt het systeem ook stilaan door. Daar zijn inmiddels al 181 netwerken actief. Maar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hinkt inzake aantal BIN’s ernstig achterop. Het telt immers maar 8 geregistreerde BIN’s, waaronder in één in Ganshoren (MR-burgemeester), één in Anderlecht (PS), één in Sint-Jans-Molenbeek (MR) en één in Sint-Agatha-Berchem (CDH). St.-Pieters-Woluwe (CDH) telt ondertussen vier BIN’s.

Ondervraagd door Johan Van den Driessche verklaarde minister-president Vervoort in de commissie Binnenlandse Zaken dat het Gewest ter zake niet bevoegd is en dat dit een bevoegdheid is van de federale minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken of de gemeenten.

Die reactie verbaast mij ten zeerste en roept vragen op. Het Gewest is immers bevoegd voor preventie maar toch schuift de minister-president zijn verantwoordelijkheid af naar anderen”, merkt Johan Van den Driessche op.

De minister-president kan perfect binnen zijn bevoegdheden bijvoorbeeld een informatiecampagne opzetten om zowel de politiediensten als de bevolking bewust te maken van de meerwaarde van een BIN, zoals een daling van het aantal inbraken en het verhogen van het veiligheidsgevoel. Bovendien werkt zulke samenwerking tussen buren gemeenschapsvormend en wie kan daar nu tegen zijn? Ik kan enkel maar besluiten dat doctrinaire redenen aan de basis liggen. De burger betrekken bij veiligheidsacties is blijkbaar een brug te ver voor de minister-president”, besluit Johan Van den Driessche, ”Het feit dat het aantal BIN’s de jongste jaren exponentieel gegroeid is in de rest van het land bewijst ook dat een ernstige  en doorgedreven inspanning in Brussel ter zake nodig is

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is