Brussel moet Syriëstrijders kordater en professioneler aanpakken

Door Johan Van den Driessche op 4 november 2014, over deze onderwerpen: Toezicht op gemeenten, Veiligheid & Brandweer, Conflict in Syrië, Wonen en werken in Brussel

De meeste Syriëstrijders in ons land zijn afkomstig uit Brussel. Net daarom verwacht de N-VA veel meer daadkracht, ambitie en communicatie van Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) bij de aanpak van dat probleem. “Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet dringend zijn rol van centraal coördinatiepunt opnemen”, vindt Johan Van den Driessche, die voor de N-VA in het Brussels parlement zetelt. “Nu verschuilt de minister-president zich te veel achter het feit dat bepaalde materies niet tot de bevoegdheid van het gewest behoren.”

De terugkerende Syriëstrijders zorgen voor veel kopzorgen bij de Brusselse gemeenten. “Een kleine honderd van hen zouden al teruggekeerd zijn, maar we weten niet steeds waar ze zijn en wat ze doen”, vertelt Van den Driessche. “Eerder kon ik enkel vernemen dat er amper twee Syriëstrijders geschrapt werden uit het bevolkingsregister van de stad Brussel, maar dat de stad een procedure is gestart om er nog veertien extra te schrappen.”

Van den Driessche ziet hier een belangrijke taak weggelegd voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. “Dat moet niet enkel een coördinerende rol spelen tussen de Brusselse gemeenten, het moet die gemeenten die achterblijven ook aanzetten tot een kordatere en professionelere aanpak van het probleem.” Maar terwijl de burger de laatste gruweldaden nog net niet live kan volgen via de sociale media, zal het nog tot december duren voor het gewest een actieplan aan de gemeenten zal voorstellen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is